Nieuwsbrief Basisnet Spoor Moerdijk - Halderberge - Roosendaal

Wij houden vast aan onze dienstregeling

“Het kan je als treinreiziger gebeuren dat de reis niet helemaal verloopt zoals je had gedacht. De dienstregeling blijkt aangepast. Je stopt onderweg vaker dan waarmee je rekening had gehouden. Je moet onverwacht overstappen en er treedt vertraging op. Maar je laat je niet uit het veld slaan. Je houdt vol en bent vastberaden. Je zult je eindbestemming bereiken.

Het is het gevoel dat op dit moment in West-Brabant overheerst. In de gemeenten Moerdijk, Halderberge en Roosendaal om precies te zijn. En dan vooral bij de inwoners die langs het spoortracé wonen dat door de betreffende kernen en wijken in die gemeenten loopt. Daar mogen van het Rijk per jaar 50.000 treinwagons met gevaarlijke stoffen overheen rijden. Die 50.000 wagons zijn het toegestane maximum en noemen we het risicoplafond. Dat plafond mag van het Rijk in 2040 zelfs naar 100.000 wagons per jaar. Voor een goed begrip: in 2013 reden er 8.750 ‘ketelwagons’ over het traject. In dat jaar kwam het Ministerie van Infrastructuur & Milieu met de boodschap over de plafondverhoging. Bewoners en gemeentebestuurders in de drie gemeenten reageerden geschrokken.

Op reis

We zijn toen op de trein gestapt die Basisnet Spoor heet. Basisnet Spoor is de wettelijke regeling (officieel: Wet Basisnet) waarin die plafonds en allerlei andere zaken over goederenvervoer per spoor worden geregeld. De bestemming die de beleidsmakers in Den Haag voor ogen stond, was duidelijk: het gevaarlijke goederenvervoer over het spoor weghalen uit de stedelijke kernen in Brabant en verschuiven naar West-Brabant. Maar hier wilden we een andere bestemming: geen vervoer dóór onze landelijke kernen maar een spoortracé om onze gemeenten heen, een ‘dedicated lijn’. Dat was onze stip op de horizon, zo realistisch waren we wel, en zijn we nog steeds. Dus zijn we op de trein gestapt, met het Rijk als machinist. Onderweg zouden we wel tot elkaar komen.

Onderweg

Het is vier jaar later en we zitten nog steeds in die trein. De reis verliep aanvankelijk best voorspoedig, de machinist leek ontvankelijk voor onze reisadviezen. We kregen 5 miljoen euro die we naar eigen goedvinden op korte termijn konden besteden aan veiligheidsmaatregelen. Zodat we beter geprepareerd zijn, wanneer het onverhoopt toch mis gaat op het spoor. Er kwam ook een aankoopregeling voor de woningen vlakbij het spoor die met de plafondverhoging letterlijk in de gevarenzone terecht zijn gekomen. Er zou alvast nagedacht worden over de planschade die woningbezitters mogelijk lijden. En de drie gemeenten gingen bestemmingsplannen maken, waarin nieuwe bebouwingsregels gelden als gevolg van de veranderende veiligheidssituatie.

Ons spoor naar de toekomst

De trein waarin we reizen, is goed gevuld. Niet alleen bestuurders van de drie gemeenten reizen mee, ook veel bewoners zijn aan boord. We voelen ons een reisgezelschap dat samen onderweg is. Het pakket met veiligheidsmaatregelen hebben we inmiddels klaar. Maar we willen ook de leefbaarheid aanpakken. Wanneer de risicoplafonds dan toch omhooggaan, moeten we de zaken meteen goed regelen. Dus iets doen aan de geluidhinder en trillingen van het toenemende goederenvervoer en aan gevaarlijke situaties rond wissels en sporen waar goederentreinen staan te wachten op voorbijrijdende passagierstreinen. We hebben ons ‘eigen spoor naar de toekomst’ samengesteld, onze eigen dienstregeling. Die deden we uit de doeken toen staatssecretaris Wilma Mansveld in april 2015 op bezoek kwam. Aan haar reactie konden we enig optimisme ontlenen. Ze kondigde aan dat het risicoplafond alsnog omlaag zou gaan: naar 38.000 wagons per jaar. Ook zou er helderheid komen voor gedupeerden en zouden concrete afspraken gemaakt worden over planschadegevallen.

Vaart maken

We reizen verder. ProRail is inmiddels aan boord en heeft onderzoek gedaan naar maatregelen tegen geluidsoverlast. Zelf zitten we ook niet stil. We hebben de hinder van trillingen onderzocht en een nulmeting van de bouwkundige staat van de woningen georganiseerd. Ook maken we werk van risicocommunicatie en hebben we inmiddels het Veiligheidsdashboard gelanceerd. TNO heeft onderzocht hoe je de zelfredzaamheid van bewoners het beste kunt organiseren wanneer het mis gaat. We willen vaart maken. De machinist doet dat ook. Het ministerie heeft laten inventariseren welke woningen aan het spoor mogelijk voor de aankoopregeling in aanmerking komen.

Geen goed nieuws

Het is oktober 2016. Opnieuw bezoek van de staatssecretaris. Sharon Dijksma hoort onze wensen aan en gaat in gesprek met bewoners en bestuurders. We zijn hoopvol gestemd. Ze heeft immers verbeteringen aangekondigd aan en rond de Brabantroute: de spoorverbinding die via Breda, Tilburg en Eindhoven naar het zuidoosten loopt. Er worden zelfs proeven gedaan om te kijken of je goederentreinen met gevaarlijke stoffen langzamer moet laten rijden door gebieden met veel woningen. Maar de brief die we eind 2016 van de staatssecretaris krijgen, vinden we teleurstellend. Voor de realisering van onze leefbaarheidswensen verwijst ze naar de meerjarenplannen van ProRail. Het ministerie heeft in elk geval geen geld. Geen concrete maatregelen dus. Wel de mededeling dat de inventarisatie voor de aankoopregeling van woningen wordt afgerond. En dat er in 2017 duidelijkheid komt over de verlaging van het risicoplafond.

We zijn vastberaden

Onze treinreis verloopt inderdaad niet zoals we hadden gewild. In Den Haag lijken ze de urgentie niet te voelen, wanneer het om de veiligheid en leefbaarheid van onze inwoners gaat. Maar we laten ons niet uit het veld slaan en houden vol. We zullen in elk geval de nieuwe regering die straks aantreedt, om een betere dienstregeling voor West-Brabant vragen. Intussen houden we vast aan onze eigen dienstregeling. We gaan vastberaden op ons doel af. Sowieso met de uitvoering van alle veiligheidsmaatregelen. En we zetten alles in het werk om de leefbaarheidswensen om te zetten in concrete plannen en maatregelen.”

 

De Stuurgroep Basisnet Spoor
Deze bestaat uit de burgemeesters van Moerdijk, Halderberge en Roosendaal, de betrokken wethouders van die drie gemeenten en de directeur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.